Kraamzorg als werkbegeleider

Categorieën: Kraamverzorgende
Verlanglijst Delen
Deel cursus
Pagina link
Deel op social media

Over cursus

Als kraamverzorgende behoort het tot een van je competenties een steentje bij te dragen in het begeleiden van kraamverzorgenden in opleiding. Jouw kennis en kunde is van onschatbare waarde en helpt de studenten die je begeleid net zulke kundige zorgprofessionals te worden zoals jij. Om studenten goed te begeleiden is het echter belangrijk dit op een onderbouwde manier te doen. Daar gaat deze bijscholing je bij helpen!

Niet alleen is het goed om te weten welke praktische zaken komen kijken bij het begeleiden van studenten, ook is het goed te weten dat er verschillende manieren van leren zijn. Daarnaast is het goed om te weten hoe motivatie werkt en leren we je hoe je studenten kunt coachen.

Tijdens deze bijscholing leren we je hierover. Daarnaast leren we je studenten te stimuleren in het opstellen van persoonlijke leerdoelen en het zoeken naar oplossingen. We leren je wanneer je contact opneemt met de praktijkopleider op het moment dat het BPV-traject niet loopt zoals verwacht.

Omdat je de nodige kennis en know how bezit op vakinhoudelijk gebied heb je na deze bijscholing handvaten gekregen deze kennis effectief over te dragen. Je leert de student vakinhoudelijke vaardigheden en adviseert haar over onderwerpen zoals werktempo werkhouding, sociale vaardigheden en het omgaan met de zorgvragers.

Voor wie?

Deze scholing is bedoeld voor iedereen die werkzaam is in de geboortezorg en specifiek voor kraamverzorgenden met affectie voor het opleiden van studenten. De scholing leert je op een fijne en efficiënte manier studenten te begeleiden.

Accreditatie

Deze scholing is door het KCKZ geaccrediteerd voor 15 PE-punten in categorie C (subcategorie C1)

Leerdoel

Tijdens de scholing kraamverzorgende als werkbegeleider leren we je onder andere over:

  • hoe je het beste jouw vakinhoudelijke kennis en kunde over kunt dragen
  • welke praktische zaken er komen kijken bij het begeleiden van studenten
  • verschillende leerstijlen, communicatiestijlen en persoonlijkheidstypes
  • motivatie en hoe dit werkt maar ook hoe je bij kunt sturen als iemand niet zo gemotiveerd lijkt
  • verschillende gesprekstechnieken en vaardigheden
  • Verschillende manieren van begeleiden

Kosten

De kosten voor deze cursus bedragen €……… Dit is inclusief certificaat en online naslagwerk. Na het behalen van het certificaat heb je nog 6 maanden toegang tot de cursusinhoud.

Toon meer

Cursus inhoud

Opleiden in de praktijk
Zoals je weet, is het vak kraamverzorgende een praktisch vak. Naast de theorie leer je het merendeel van de vaardigheden in de praktijk. De hedendaagse opleiding tot kraamverzorgende bestaat daarom voor het merendeel uit praktijkvorming. Als gediplomeerd kraamverzorgende is het zeer aannemelijk dat er een moment komt dat je studenten gaat begeleiden. Jouw kennis en kunde is immers van onschatbare waarde! Door deze over te dragen help je mee om ook in de toekomst jouw mooie vak in stand te houden! In dit hoofdstuk nemen we je mee in de theorie achter het opleiden in de praktijk. We leggen diverse begrippen uit en gaan dieper in op jouw rol, taken en verantwoordelijkheden als werkbegeleider. Aan het eind van dit hoofdstuk volgt een verwerkingsopdracht. We verwachten dat je ongeveer één uur nodig zult hebben om dit hoofdstuk inclusief verwerkingsopdracht af te ronden

  • Opleiden in de praktijk: begrippen
    00:00
  • Taken en verantwoordelijkheden van de werkbegeleider
    00:00
  • Wat heb je als werkbegeleider nodig om je werk goed te doen?
    00:00
  • Afronding

Communicatievaardigheden
Communicatie en communiceren is in jouw werk als kraamverzorgende natuurlijk heel belangrijk. Het is onderdeel van je vak! Communiceren heeft als doel dat je elkaar wilt bereiken, je wilt een boodschap of informatie overbrengen of je wilt de ander iets vragen of vertellen. Communiceren zorgt voor contact, je wilt een (betere) omgang met elkaar en elkaar beter leren kennen of begrijpen. Met goede communicatie werk je aan een betere samenwerking maar zorg je ook voor een betere zorgverlening. Communicatie kan verbaal zijn maar ook non-verbaal. In een gesprek maak je gebruik van woorden, dit wordt ook wel verbale communicatie genoemd. Bij communicatie maak je echter ook gebruik van je houding, je uitstraling en je stem. De manier waarop je iets zegt en welke (lichaams-)houding en/ of gezichtsuitdrukking je daarbij gebruikt maken hoe een boodschap overkomt. Het is een groot verschil of je een zin fluistert of schreeuwt. En als je met een blij gezicht of een opgewekte stem zegt dat je boos bent, komt dat niet geloofwaardig over. Deze non-verbale communicatie is dus minstens zo belangrijk om te kunnen communiceren. Ongeveer 80% van je communicatie is non-verbaal. Het is dus heel belangrijk om op je mimiek en lichaamstaal te letten en te weten hoe je hier invloed op kunt uitoefenen. Door je te realiseren dat een bepaalde houding of gezichtsuitdrukking iets kan betekenen of veroorzaken kun je jouw communicatie met anderen verbeteren. Als werkbegeleider is communicatie natuurlijk ook heel belangrijk! Je begeleidt een student en daarmee zijn communicatie en communicatievaardigheden natuurlijk heel belangrijk! Daarom gaan we in de komende hoofdstukken in op de belangrijkste communicatievaardigheden en staan we ook stil bij de verschillende communicatiestijlen. We verwachten dat je ongeveer één uur en 15 minuten nodig gaat hebben voor het doornemen van dit hoofdstuk en dat je binnen deze tijd ook de verwerkingsopdracht die bij dit hoofdstuk hoort kunt maken.

Feedback geven en ontvangen
In jouw rol als werkbegeleider zul je regelmatig feedback moeten gaan geven aan studenten. Feedback krijgen is iets wat veel mensen toch wel een beetje spannend vinden! Veel mensen associëren feedback met kritiek en dat is niet positief. Feedback is echter, mits goed gegeven, een prettige manier om terugkoppeling te krijgen. Het is dus alle behalve kritiek leveren op iemand! Een vorm van feedback geven is dan ook het geven van een compliment dus feedback hoeft echt niet altijd negatief te zijn! In dit hoofdstuk leren we je de regels van zowel het geven als ontvangen van feedback. We geven je tips zodat jij als werkbegeleider straks op een goede en prettige manier feedback kunt geven aan studenten. We verwachten dat je ongeveer 45 minuten nodig gaat hebben voor het doornemen van dit hoofdstuk en dat je binnen deze tijd ook de verwerkingsopdracht die bij dit hoofdstuk hoort kunt maken. ‘Als je iets goeds ziet, geef dan een compliment. Als je iets fouts ziet, bied dan je hulp aan’ Nelson Mandela

Communicatiestijlen
Dat communiceren belangrijk is en goed communiceren lastig moge duidelijk zijn. Communiceren is juist lastig doordat iedereen op zijn eigen manier communiceert. Ieder mens is anders en ieder mens communiceert hiermee van nature op zijn of haar eigen manier. Dat is deels persoonlijk maar soms ook cultuur gebonden. Sommige mensen praten met veel gebaren en een luid volume en anderen praten zacht of maken weinig gebaren op het moment dat zij iets zeggen. In sommige culturen is het heel normaal dat je met volume je verhaal duidt waar andere culturen meer rust en integriteit verlangen van de ander. Denk maar eens aan landen rondom de Middellandse zee waar vooral mannen met een hoop volume en armgebaren aan elkaar duidelijk kunnen maken wat ze bedoelen. In landen als Japan is het juist erg onbeleefd je stem te verheffen en zal men elkaar in alle rust en met stilte benaderen. Intuïtief voel je vaak wel aan hoe je het beste met een ander communiceert en sluit je als vanzelf aan bij een ander door gedrag over te nemen. Je past je met andere woorden aan en probeert de taal van de ander te spreken. Dit zorgt ervoor dat je beter aansluit, makkelijker contact maakt en hierdoor beter communiceert. Communiceren wordt makkelijker op het moment dat je weet dat zijn of haar eigen communicatiestijl heeft. Hiermee bedoelen we de manier van communiceren die iemand het beste en het prettigste ligt en waar hij of zij het makkelijkst in over gaat. Door de communicatiestijl van iemand te herkennen kun je makkelijker een gesprek aan met de ander. Je kunt namelijk inspelen op de manier waarop de ander communiceert en hierop aansluiten. Dit maakt het verschil tussen begrip en ergernis en tussen conflict en fijne samenwerking. Er zijn grofweg vier verschillende communicatie- of gedragsstijlen. Deze zijn: De directeur ofwel de Controlerstijl De socializer ofwel de Promotorstijl Het relatietype ofwel de Supporterstijl De denker ofwel de Analyserstijl Sommige mensen zullen zich duidelijk herkennen in een van bovenstaande stijlen. De meeste mensen communiceren echter in een combinatie van de verschillende stijlen. Dit maakt ook dat mensen meestal vrij natuurlijk aanvoelen hoe ze het beste een gesprek met iemand aan kunnen gaan. Ook verbetert dit vaak als ze de persoon eenmaal een beetje kennen en beter hebben leren aanvoelen of ervaren hoe je iemand het beste kunt benaderen. In dit hoofdstuk gaan we je leren welke communicatiestijl er zijn en hoe je ze kunt herkennen. We verwachten dat je ongeveer één uur nodig gaat hebben voor het doornemen van dit hoofdstuk en dat je binnen deze tijd ook de verwerkingsopdracht die bij dit hoofdstuk hoort kunt maken.

De behoeftepiramide van Maslow
Mensen hebben bepaalde behoeften. Dit kunnen bepaalde basisbehoeften zijn zoals eten en slapen maar ook de behoefte om te groeien. Abraham Maslow (1908 – 1970) heeft deze behoeftes geordend. Hij gaat er in zijn theorie van uit dat een mens pas bepaalde behoeftes nastreeft, op het moment dat behoeftes die lager in de piramide staan zo goed als bevredigd zijn. In dit hoofdstuk gaan we de behoeftepiramide van Maslow bespreken. Om tot leren te komen, moeten eerst bepaalde basisbehoeften bevredigd zijn aldus Maslow. Als werkbegeleider is het daarom goed te weten waar je student in de behoeftepiramide zich bevindt zodat je hem of haar beter kunt coachen in het leren. Iemand die een nacht slecht geslapen heeft, zal zich niet goed kunnen concentreren door vermoeidheid en dus minder goed lesstof op kunnen nemen. Ook is het goed om te weten hoe studenten tot leren komen en waar ze hun motivatie vandaan halen. Op dit laatste onderwerp gaan we de volgende hoofdstukken in, eerst gaan we de behoeftepiramide van Maslow met je bespreken. We verwachten dat je ongeveer 45 minuten nodig gaat hebben voor het doornemen van dit hoofdstuk en dat je binnen deze tijd ook de verwerkingsopdracht die bij dit hoofdstuk hoort kunt maken.

Motivatie en motivatieproblemen
In het vorige hoofdstuk heb je geleerd dat het wel of niet bevredigd zijn van bepaalde (basis)behoeften van invloed kan zijn op iemands motivatie. Ook heb je geleerd dat het rekening houden met iemands kernkwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieën motiverend werkt. Maar wat is motivatie nu precies. Wat is nog meer van invloed op iemands motivatie? En wat doe je als je ziet dat er motivatieproblemen zijn? Op deze vragen willen we je in het komende hoofdstuk antwoord geven! We verwachten dat je ongeveer anderhalf uur nodig gaat hebben voor het doornemen van dit hoofdstuk en dat je binnen deze tijd ook de verwerkingsopdracht die bij dit hoofdstuk hoort kunt maken. 'Ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan!' Pipi Langkous

Voorkeursstijlen en aanleren van vaardigheden
Je bent inmiddels een heel eind met de bijscholing kraamverzorgende als werkbegeleider en hebt hierin al een heleboel geleerd. Hopelijk vind je de materie nog steeds interessant! We gaan in dit hoofdstuk een ander onderwerp bespreken, namelijk de voorkeursstijlen in leren en hoe mensen vaardigheden aanleren. We hebben in het vorige hoofdstuk al even stilgestaan bij de Myers-Briggs-Type-Indicator en gaan hier in dit hoofdstuk nog iets dieper op in. Ook leren we dat er verschillende stijlen in leren zijn. Dat doen we aan de hand van de leerstijlen van Kolb. Ten slotte staan we nog stil bij het feit hoe mensen geneigd zijn vaardigheden aan te leren. Al deze kennis zal weer goed bruikbaar zijn voor jou als werkbegeleider. We verwachten dat je ongeveer een uur nodig gaat hebben voor het doornemen van dit hoofdstuk en dat je binnen deze tijd ook de verwerkingsopdracht die bij dit hoofdstuk hoort kunt maken.

Coaching
Coaching is een manier om talenten aan te boren en te ontwikkelen. Niet door instructies of dwingende adviezen, maar door op basis van gelijkwaardigheid en in onderlinge interactiesituaties te analyseren, oplossingen te verkennen en in de praktijk te brengen. Coaching is bij uitstek een hele goede manier om als werkbegeleider een student te benaderen en te begeleiden. Daarom gaan we dit hoofdstuk dieper in op het onderwerp coaching en zullen onderwerpen zoals wat coaching is, welke regels er zijn om effectief te coachen en de structuur van het coachen aan bod gaan komen. Als coach is het belangrijk om over goede gespreksvaardigheden te beschikken en te weten hoe je een goed gesprek voert. Ook is het belangrijk dat je de regels van feedback kent en volgt. Deze hebben we, net als gespreksvaardigheden zoals luisteren, samenvatten en doorvragen behandeld in eerder hoofdstukken van deze bijscholing. Ten slotte is het voor een coach goed te weten dat iedereen een eigen, persoonlijke stijl heeft wat betreft het opnemen en verwerken van informatie. Een goede coach (en werkbegeleider) weet deze voorkeurstijlen in communicatie te herkennen en kan hierop aansluiten bij de student. Ook deze zogenaamde communicatiestijlen hebben we in een eerder hoofdstuk behandeld. Weet je ze nog? Blader anders eerst nog even terug naar de hoofdstukken 2, 3 en 4. Daar hebben we je meegenomen in kennis over communiceren, feedbackgeven en communicatiestijlen! We verwachten dat je ongeveer anderhalf uur nodig gaat hebben voor het doornemen van dit hoofdstuk en het eventueel terugbladeren naar de voorgaande hoofdstukken. Ook verwachten we dat je binnen deze tijd de verwerkingsopdracht die bij dit hoofdstuk hoort kunt maken.

Een leidinggevende rol
Een werkbegeleider is natuurlijk iemand die studenten op de werkvloer begeleid tijdens hun beroepspraktijkvorming. (BPV) Je draagt hen jouw kennis en vaardigheden over maar je begeleid hen tijdens dit proces. Dat betekent dat je soms een andere rol aan moet nemen, namelijk een leidinggevende rol. Dit is iets anders dan de baas spelen. In een leidinggevende rol komen meer van je begeleidingsvaardigheden naar boven. Deze zet je in om de student te helpen een zo goed mogelijk resultaat neer te zetten. In dit hoofdstuk gaan we dieper in over een leidinggevende rol en wat je daarin kunt doen. We verwachten dat je ongeveer 45 minuten nodig hebt om dit hoofdstuk door te nemen en de begeleidende verwerkingsopdracht te maken.

Adviseren
Naast motiveren, coachen en soms een leidinggevende rol aannemen, geef je als werkbegeleider advies. Adviseren wordt ook wel eens raad geven genoemd. In dit hoofdstuk leren we je wat advies geven precies is. Ook leren we je hoe je het beste advies kunt geven en wat jouw rol als werkbegeleider in een adviesrelatie is. Ten slotte leren we je in dit hoofdstuk een stukje over paradigma’s en hoe hiermee om te gaan. We verwachten dat je ongeveer één uur nodig zult hebben om dit hoofdstuk af te ronden en in deze tijd ook de verwerkingsopdracht die bij dit hoofdstuk hoort kunt beantwoorden.

Gespreksvaardigheden
Als werkbegeleider is het goed om bepaalde gesprekstechnieken te kennen. Door bepaalde technieken toe te passen kun je efficiënter een gesprek voeren en kun je meer uit een gesprek halen. Daarom gaan we dit hoofdstuk een aantal gespreksvaardigheden bespreken. Verkijk je er echter niet op dat deze vaardigheden het ei van Columbus zijn. Nogmaals, er zijn meer wegen die naar Rome leiden en hoe mooi de theorie ook kan zijn, de praktijk is nu eenmaal vaak weerbarstiger. Daarnaast vinden de beste gesprekken vaak in de wandelgangen plaats. Vaak vindt een dergelijk gesprek tussen neus en lippen door of vormt het de afsluiter van een ander gesprek. Zo gaat het vaak ook met zogenaamde adviesgesprekken. Dat is niet iets waar je doorgaans uitgebreid voor gaat zitten. Deze gesprekken zijn er vaak ineens gewoon! Adviesgesprekken zijn gesprekken die gaan over veranderen. Mensen hebben een probleem en er moet iets gebeuren. Bovendien moet iemand (vaak degene die geadviseerd wordt) iets anders gaan doen. Tijdens een gesprek en dus ook tijdens een adviesgesprek kan het zijn dat je tegen weerstand oploopt. Dit is logisch want ondanks dat iemand vaak wel weet of iets goed of niet goed voor hem of haar is, kan diegene nog best tegensputteren. Daarom gaan we dit hoofdstuk in op het overwinnen van weerstand. Ook gaan we in dit hoofdstuk uitleg geven over omgekeerd interveniëren. Omgekeerd interveniëren komt erop neer dat je niet meegaat in een voorspelbare reactie maar juist het omgekeerde doet. En dat maakt over het algemeen wel wat los in het gesprek. Al met al weer genoeg inspirerende informatie voor een nieuw hoofdstuk! We verwachten dat je ongeveer één uur en 15 minuten nodig hebt om dit hoofdstuk af te ronden en in deze tijd ook de verwerkingsopdracht die bij dit hoofdstuk hoort kunt beantwoorden.

Persoonlijk Ontwikkel Plan (POP)
Met aankomend hoofdstuk ben je toegekomen aan het laatste hoofdstuk van deze bijscholing kraamverzorgende als werkbegeleider. Studenten moeten tijdens hun opleiding met regelmaat evalueren en reflecteren. Ze kijken hierbij naar hun eigen leerproces en kijken naar wat ze op welke manier willen leren. Eenmaal afgestudeerd zul je als kraamverzorgende ook nog regelmatig naar je eigen handelen kijken en beoordelen of en wat je nog meer kunt leren. Hierdoor houd je jouw werkkwaliteit hoog en maakt je een professional in de (geboorte)zorg. Om het leerproces meer structuur te geven, worden er meestal leerdoelen gemaakt. Een Persoonlijk Ontwikkel Plan (POP) of een Persoonlijk Activiteiten Plan (PAP) kunnen je helpen deze leerdoelen vorm te geven. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op zowel het Persoonlijk Ontwikkel Plan en het Persoonlijk Activiteiten Plan. Ook bespreken we hoe je deze plannen op een goede, gestructureerde manier vorm kunt geven. We verwachten dat je ongeveer één uur en 15 minuten nodig hebt om dit hoofdstuk af te ronden en in deze tijd ook de verwerkingsopdracht die bij dit hoofdstuk hoort kunt beantwoorden.

Eindtoets werkbegeleider

Student waarderingen & beoordelingen

Nog geen beoordeling
Nog geen beoordeling